Sparen in de BV

Bij de huidige lage spaarrente is het gecombineerde tarief Vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing (box 2) lager dan het effectieve tarief in box 3. Immers: bij een rente van 2% bedraagt het effectieve tarief in box 3 maar liefst 60%! (1,2% is 60% van 2%). Het omslagpunt ligt bij een rente van 3% (afgezien van kosten van de bv). Bij een gecombineerd VPB/IB-tarief voor de bv van 40% komt dit bij 3% precies op 1,2% uit.

Bij een spaarrente van 2%, komt de gecombineerde Inkomstenbelasting en Vennootschapsbelasting uit op €8.000, een besparing van €4.000. Dit is de reden waarom steeds meer vermogende particulieren ertoe overgaan spaargelden in een BV onder te brengen. In verband met de kosten van het in stand houden van een BV dient er wel een behoorlijk spaarsaldo te zijn, vanaf vanaf €150.000 kan de BV in overweging worden genomen.

Het onttrekken van gelden voor het levensonderhoud kan in de vorm van dividend. In plaats daarvan kan men echter beter onbelast kapitaal terugbetalen. Hiervoor moeten de statuten worden gewijzigd en moet de nominale waarde van ieder aandeel worden afgestempeld. In de voorgaande berekeningen is de aanmerkelijk belangheffing nominaal, dus voor 25%, meegenomen. Deze heffing kan worden uitgesteld door eerst het gestorte kapitaal terug te betalen, hetgeen het voordeel van de bv nog vergroot.

De inbreng van spaargeld in de bv kan ook voordelig zijn voor de zorgtoeslag, de huurtoeslag, de eigen bijdrage AWBZ en de WMO.