Nieuwe kabinetsplannen: wat betekent dit financieel?
Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA zet de voorgenomen fiscale koers voor de komende jaren uiteen. Daarin is een mix zichtbaar van stabiliteit voor woningbezitters, stimulansen voor de economie en maatregelen die moeten bijdragen aan de financiering van hogere defensie-uitgaven.
Hieronder lichten wij de belangrijkste en meest opvallende fiscale plannen uit het akkoord toe.
Wonen en vastgoed
Voor de eigen woning blijft de koers ongewijzigd: de hypotheekrenteaftrek blijft behouden, wat rust moet brengen op de woningmarkt voor particulieren. Opvallender is de koerswijziging voor beleggers in vastgoed. Om de dynamiek in de markt voor huur- en vakantiewoningen te bevorderen, wordt het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-zelf bewoonde panden verder afgebouwd. Na de eerdere verlaging naar 8% in 2026, zal dit tarief in 2027 dalen naar 7%.
Defensie
Gezien de huidige geopolitieke situatie wil het kabinet extra investeren in defensie. Deze hogere uitgaven moeten worden gedekt door de introductie van een zogenoemde vrijheidsbijdrage. Dit betreft een nieuwe heffing die zowel particulieren als ondernemingen treft, waarbij de solidariteit voor onze nationale veiligheid centraal staat.
Ondernemerschap en bedrijfsleven
Het kabinet kiest voor een gunstig vestigingsklimaat:
- Vennootschapsbelasting: Het tarief wordt niet verhoogd, zodat Nederland competitief blijft voor bedrijven.
- Bedrijfsopvolgingsregelingen (BOR): De bestaande regelingen binnen de inkomstenbelasting en de erf- en schenkbelasting worden volgens het akkoord niet versoberd. Dit moet de overdracht van (familie)bedrijven naar een volgende generatie fiscaal werkbaar houden.
- Investeringen: Daarnaast wil het kabinet een nieuwe EU-beleggingsrekening introduceren, waarmee particulieren gestimuleerd moeten worden om meer vermogen te investeren in de Nederlandse en Europese economie.
De arbeidsmarkt
Om meer duidelijkheid te creëren rondom schijnzelfstandigheid, wil het kabinet de conceptwet Vbar opsplitsen. Dit leidt tot twee voorgenomen sporen:
- De invoering van een rechtsvermoeden van werknemer schap, waardoor werkenden met een zwakkere onderhandelingspositie sneller aanspraak zouden kunnen maken op werknemersrechten.
- Het opnemen van specifieke criteria voor ondernemerschap in een nieuwe Zelfstandigenwet, wat meer duidelijkheid moet bieden voor zowel opdrachtgevers als zzp’
Met deze plannen streeft het kabinet naar een fiscaal beleid dat enerzijds ondernemerschap moet ondersteunen en anderzijds ruimte creëert voor overheidsinvesteringen, onder meer in defensie en economie.
