10 aandachtspunten aangifte IB 2018

De Belastingdienst zet in twee handreikingen de 10 belangrijkste aandachtspunten op een rij voor de aangifte inkomstenbelasting 2018. De eerste handreiking is op 8 februari gepubliceerd.

Het gaat om de volgende onderwerpen:

1.Restant persoonsgebonden aftrek (PGA)
2.Eigen woning en echtscheiding
3.Eigen woning: hypotheekverhoging
4.Starters op de woningmarkt
5.Studiekosten
6.Resultaat overige werkzaamheden (ROW)
7.Afkoop lijfrente
8.Onjuiste verdeling – fiscaal partnerschap
9.Ervenrekening
10.Cryptovaluta

PGA
Het bedrag van het restant PGA staat afzonderlijk op het aanslagbiljet. Het is van belang om het juiste bedrag in te vullen in de aangifte IB 2018 om sneller een definitieve aanslag te krijgen. Bij niet of onjuist invullen, doet de Belastingdienst dat en moet u wachten totdat de aangifte door de Belastingdienst is geregeld en gecorrigeerd. De Belastingdienst stuurt nog een brief met daarin het bedrag van het restant PGA dat in de aangifte opgenomen kan worden.

Eigen woning
Bij huwelijken na 1 januari 2018 kan dit fiscale gevolgen hebben. Wie er niet voor gekozen heeft in gemeenschap van goederen te trouwen, huwt vanaf 1 januari 2018 automatisch op huwelijkse voorwaarden. Bij scheiding kan dit onder andere gevolgen hebben voor de hypotheekrenteaftrek van de eigen woning. U kunt alleen gebruik maken van deze aftrek als hij eigenaar is van zowel de eigen woning als de bijbehorende schuld.

Eigen woning: hypotheekverhoging
Heeft u het afgelopen jaar uw hypotheek verhoogd? Een verhoging van een hypothecaire lening kan verschillende gevolgen hebben voor de fiscale aftrekbaarheid van de betaalde rente:
- Als sprake is van de aankoop van een nieuwe woning kunnen de regels van de bijleenregeling hierbij een rol spelen.
- Als de lening is aangegaan voor de financiering van oversluitkosten, boeterente en bouwrente, dan is de rente die is betaald voor dit deel van de lening niet aftrekbaar.
- Ook de rente van leningen voor andere consumptieve bestedingen is niet aftrekbaar.
- In de vooraf ingevulde aangifte (VIA) staat weliswaar een bedrag aan rente maar dat wil niet zeggen dat het totale bedrag afgetrokken mag worden. Houd rekening met de voorwaarden voor het aftrekken van de (extra) hypotheekrente.

Starters op de woningmarkt
De Belastingdienst constateert dat in de aangiften van starters op de woningmarkt relatief veel fouten staan als het gaat om de aftrekbare financieringskosten eigen woning. Het is niet altijd duidelijk welke kosten hieronder vallen en welke kosten wel en niet aftrekbaar zijn.



Studiekosten
Belastingplichtigen mogen onder bepaalde voorwaarden scholingsuitgaven als aftrekpost opvoeren in de aangifte IB. Het is niet toegestaan om scholingsuitgaven af te trekken als nog sprake is van enige vorm van studiefinanciering, zoals het recht om te lenen bij Dienst Uitvoering & Onderwijs (DUO).
Wanneer is aftrek van (bepaalde) scholingsuitgaven wel toegestaan? Als een belastingplichtige geen studiefinanciering ontvangt en daarop ook geen recht heeft. Verder moet de betreffende studie of opleiding voor een (toekomstige) beroep zijn. En het moet gaan om een leertraject. Dat wil zeggen dat belastingplichtige kennis opdoet onder begeleiding of toezicht van bijvoorbeeld een leraar.

Resultaat overige werkzaamheden
Uit voorgaande jaren blijkt dat het opgeven van ‘resultaat uit overige werkzaamheden (ROW)’ (te) vaak niet gebeurt. Sommige belastingplichtigen vergeten die inkomsten in te vullen. Anderen weten niet precies welk bedrag zij als inkomsten moeten aangeven en welke kosten ze mogen aftrekken. Men moet de ROW zelf aangeven in de aangifte IB.
Opdrachtgevers geven dergelijke betalingen voor werkzaamheden of diensten door aan de Belastingdienst. Dit is het geval als de opdrachtnemer niet in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever, of de opdrachtnemer de werkzaamheden of diensten niet als ondernemer verricht. Deze gegevens staan echter niet in de vooraf ingevulde aangifte (VIA). Alle bedragen die de ondernemer voor zijn werkzaamheden heeft ontvangen, moeten aangegeven worden als inkomsten uit overig werk. Dit gaat dus om inkomsten én onkostenvergoedingen. De kosten van de inkomsten uit overig werk die direct te maken hebben met deze inkomsten (zakelijke kosten) mogen afgetrokken worden. Voor een aantal van deze kosten is een vast bedrag aftrekbaar. Er zijn ook kosten die niet aftrekbaar zijn, of alleen als ze boven een bepaald drempelbedrag uitkomen.

Afkoop lijfrente
Wie een lijfrenteverzekering afkoopt, moet de afkoopsom in de aangifte vermelden. De afkoopsom is belast in box 1. Het valt de Belastingdienst op dat belastingplichtigen de in de VIA opgenomen afkoopsommen naar een onjuiste categorie in de aangifte verplaatsen of ze uit de aangifte verwijderen. Omdat de afkoop in de VIA al is ingevuld moet u de juistheid van het bedrag controleren aan de hand van de opgave van de bank of verzekeraar.
Over de afkoopsom moet men somsl 20% revisierente betalen. Vaak geven belastingplichtigen de revisierente niet op in de aangifte. Als de lijfrenteverzekering is afgekocht binnen 10 jaar is sprake van de tegenbewijsregeling. In deze situaties is men waarschijnlijk minder revisierente verschuldigd. Op de internetsite van de Belastingdienst staat een rekentool.

Onjuiste verdeling – fiscale partners
Fiscale partners kunnen een aantal gemeenschappelijke inkomensbestanddelen onderling verdelen. Dit geldt voor bepaalde inkomensbestanddelen van box 1 en inkomen box 2 en box 3. Om deze onderlinge verdeling toe te passen, moeten de partners het hele jaar elkaars fiscale partner zijn. De verdeling van ‘inkomensbestanddelen box 1 eigen woning’ en de toedeling van ‘vermogensbestanddelen box 3’ blijkt niet altijd goed te gaan in aangiften van fiscale partners. Er ontstaat een onjuiste verdeling als fiscale partners:
• meer of minder dan 100% van het te verdelen inkomensbestanddeel van de eigen woning aangeven en
• minder dan 100% van de te verdelen vermogensbestanddelen aan elkaar toedelen

De belangrijkste elementen die fiscale partners onderling kunnen verdelen zijn:
• het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning;
• de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3);
• het (restant) persoonsgebonden aftrek.

Fiscale partners kunnen de onderlinge verdeling wijzigen zolang de definitieve aanslagen van beide partners nog niet onherroepelijk zijn vastgesteld. Een definitieve aanslag is onherroepelijk als de termijn van 6 weken voor bezwaar, beroep, hoger beroep of cassatie is verstreken.

Ervenrekening
De Belastingdienst ziet in de praktijk dat erfgenamen vaak ten onrechte vergeten een ervenrekening op te nemen in hun aangifte IB. De ervenrekening vormt een onderdeel van de totale (onverdeelde) nalatenschap. Erfgenamen moeten het saldo op de peildatum van een ervenrekening dan ook aangeven in box 3 van hun aangifte IB. In het jaar dat de nalatenschap is verdeeld tussen, en/of ter beschikking is gesteld aan, de erfgenamen, kunnen twee situaties ontstaan:
1. De erfgenamen heffen de rekening op: de ervenrekening hoeft niet meer opgenomen te worden in de aangifte IB.
2. De ervenrekening blijft bestaan: het erfdeel moet nog worden opgegeven in de aangifte IB.

Cryptovaluta
Wie in het bezit is van cryptovaluta, behorend tot het privévermogen, geeft de waarde in het economisch verkeer aan op 1 januari (peildatum). Gebruik hierbij de koers op de peildatum van het gebruikte omwisselplatform.
Ondernemers voor de inkomstenbelasting die betalingen ontvangen in cryptovaluta voor diensten of leveringen moeten deze omrekenen naar euro’s. Het omgerekende bedrag rekent u tot zijn omzet. Mogelijk maakt de ondernemer winst of verlies bij het omwisselen. Dat komt tot uitdrukking in de winst-en-verliesrekening. Ook als de ondernemer voor zijn diensten of leveringen betalingen ontvangt in cryptovaluta, moeten deze omgerekend worden. Bij de btw-aangifte geeft men vervolgens het bedrag in euro's op.

Belastingdienst, 15 februari 2019

Bron: Taxence