Bewaartermijn bewijsstukken hypotheekrente-aftrek kan oplopen tot 30 jaar

Wil een belastingplichtige een lening voor onderhoud aan/verbetering van een woning als eigenwoningschuld aangemerkt zien, dan moeten de desbetreffende uitgaven met schriftelijke bescheiden kunnen worden aangetoond. In een recente procedure was in geschil of de inspecteur het recht heeft om vele jaren na de verbouwing nog de desbetreffende bescheiden op te vragen. Het hof had geoordeeld dat de inspecteur door pas zes jaren na de hypotheekverhoging en daarmee na het verstrijken van de navorderingstermijn te vragen om schriftelijke bescheiden zijn recht die schriftelijke bewijsstukken op te vragen heeft verspeeld.

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de staatssecretaris echter gegrond. Uit de wettelijke bepaling volgt niet dat de inspecteur gehouden is de in deze bepaling bedoelde schriftelijke bescheiden binnen zes jaren of binnen de navorderingstermijn op te vragen. Het voorgaande wordt niet anders door de omstandigheid dat de inspecteur in eerdere jaren de aangiften heeft gevolgd. Relevant is dat de rechtbank heeft vastgesteld dat de belastingplichtigen geen bijkomende omstandigheden hebben gesteld die bij hen de indruk hebben kunnen wekken dat het volgen van de aangiften in andere jaren op een weloverwogen standpunt heeft berust.

Dit oordeel is op zich juist, maar dat neemt niet weg dat de fiscus minder lang met deze controles zou moeten wachten. Aangezien de maximale looptijd van de hypotheekrente-aftrek 30 jaar is, zou de inspecteur gedurende die termijn de bewijsstukken van verbouwingen etc. kunnen opvragen. Deze uitspraak maakt in ieder geval duidelijk dat het raadzaam is bonnen ter zake van onderhoud/verbetering 30 jaar te bewaren.