Box-3-heffing in 2014 te hoog maar aanslag blijft in stand

Een belastingplichtige vindt dat de box-3-heffing in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM en tekent bezwaar aan tegen de IB-aanslag over 2014. Zij onderbouwt haar standpunt onder meer met een overzicht uit het rapport van de Commissie Dijkhuizen ‘Naar een activerender belastingstelsel’. Het overzicht betreft o.a. de reële rendementen van een risicomijdende particuliere belegger tussen 2001 en 2012. Hof Den Bosch oordeelt dat zij op grond van deze onderbouwing aantoont dat gedurende een lange reeks van jaren het forfaitaire rendement van 4% niet meer haalbaar is geweest. Er is daarom strijd met het Eerste Protocol bij het EVRM.

Veel soelaas biedt dit oordeel de belastingplichtige niet, want het hof houdt de aanslag toch in stand. Het hof oordeelt in deze proefprocedure namelijk – net als de Hoge Raad in 2015 over het jaar 2010 (ECLI:NL:HR:2015:812) en in 2016 over het jaar 2011 (ECLI:NL:HR:2016:1129) dat de wetgever enige tijd moet worden gegund om de schending van het eigendomsrecht weg te nemen. Het hof wijst daarbij op de gewijzigde box-3-heffing per 1 januari 2017. Het is nu opnieuw aan de Hoge Raad om te zorgen voor het gewenste rechtsherstel.