BTW vrijstelling voor diensten maatschap aan ziekenhuis

De Belastingdienst voert diverse btw-procedures tegen zzp-ers en maatschappen in de zorg die medische diensten verlenen aan ziekenhuizen. In één van deze btw-procedures heeft Hof Den Haag nu uitspraak gedaan in het voordeel van de belastingplichtige.

In de procedure gaat het om een in 2009 opgerichte maatschap van (voornamelijk) radiodiagnostisch laboranten die overeenkomsten sluit met ziekenhuizen en huisartsenposten voor het verrichten van radiodiagnostische diensten. De maatschap heeft aan de ziekenhuizen en huisartsenposten geen btw in rekening gebracht, omdat zij van mening is dat sprake is van btw-vrijgestelde medische diensten. De inspecteur meent echter dat sprake is van de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, een prestatie die belast is met 19% (thans 21%) btw.

Rechtbank Den Haag stelde in eerste aanleg de inspecteur in het gelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een btw-belaste dienst, omdat de werkzaamheden van de maatschap volgens de overeenkomsten, de algemene voorwaarden en de uitingen bestaan in het ter beschikking stellen van arbeidskrachten die hun werkzaamheden onder verantwoordelijkheid en voor rekening van de opdrachtgever uitvoeren gedurende een vooraf afgesproken aantal uren tegen een vaste vergoeding per uur.

De maatschap heeft hoger beroep ingesteld bij Hof Den Haag. Het hof stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat de werkzaamheden in het ziekenhuis zijn verricht door BIG-beroepsbeoefenaren en dat deze diensten op zichzelf beschouwd te rangschikken zijn onder de btw-vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel g, ten eerste, sub a Wet OB (extramurale zorg). Naar het oordeel van het hof verricht de maatschap, de vastgestelde feiten en omstandigheden in aanmerking nemend, door middel van met de vereiste kwalificaties toegeruste personen van een medisch beroep (lees: BIG-beroepsbeoefenaren) diensten op het vlak van de gezondheidskundige verzorging van de mens, hetgeen betekent dat de btw-vrijstelling van art. 11, lid 1, onderdeel g, ten eerste, sub a Wet OB van toepassing is. Voorts merkt het hof, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 19 april 2013, nr. 12/00243, op dat de prestaties van de maatschap in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling als bedoeld in art. 11, lid 1, onderdeel c en f Wet OB (intramurale zorg), omdat de maatschap tegen vergoeding gekwalificeerde handelingen verricht in opdracht van dokters of andere verantwoordelijke personen in instellingen voor intramurale zorg ten behoeve van de patiënten.

Commentaar
De uitspraak van het hof, die nog niet is gepubliceerd op rechtspraak.nl, bevat goed nieuws voor zzp-ers en maatschappen in de zorg die medische diensten verlenen aan (en in) ziekenhuizen. Het betoog van de Belastingdienst in deze procedure dat (in wezen) sprake is van het detacheren van personeel aan het ziekenhuis wordt in deze uitspraak door het hof verworpen.