Eindejaarstips voor de ondernemers en ondernemingen

Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Heeft u een onderneming en wilt u een investering doen? Misschien is het voordelig om dan dit jaar nog te investeren, of om investeringen juist over het jaar heen te tillen. Op die manier kunt u optimaal gebruik maken van de investeringsaftrek en betaalt u minder belasting. De meest bekende investeringsaftrek is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Voor de KIA moet u minimaal € 2.300 aan investeringen doen. Investeert u meer dan € 314.673, dan heeft u geen recht op KIA. Investeringen tot een bedrag van € 450 tellen niet mee. De KIA geldt zowel voor nieuwe als oude bedrijfsmiddelen. Voor sommige bedrijfsmiddelen kunt u geen KIA krijgen, zoals grond, woningen en personenauto’s.

Voorkom een desinvesteringsbijtelling
Heeft u in de afgelopen vijf jaar een investeringsaftrek toegepast? En verkoopt u het bedrijfsmiddel weer? Dan krijgt u misschien te maken met de desinvesteringsbijtelling. Dit is een bijtelling bij de winst van uw onderneming, waardoor u dus een stukje van de eerdere investeringsaftrek moet terugbetalen.

De desinvesteringsbijtelling geldt als u een bedrijfsmiddel vervreemdt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van de investering. Deze bijtelling is alleen van toepassing als u voor meer dan € 2.300 aan bedrijfsmiddelen vervreemdt. Let op: Het begrip vervreemding betreft niet alleen de verkoop van bedrijfsmiddelen. Meer situaties worden gezien als vervreemding. Bent u van plan om binnenkort een bedrijfsmiddel te vervreemden? Kijk dan of u dit kunt uitstellen tot na de vijfjaargrens. Een bedrijfsmiddel verkopen ná 1 januari kan veel geld schelen!

Herinvesteer op tijd
Heeft u in eerdere jaren een herinvesteringsreserve gevormd? Dan blijft deze (in principe) maximaal drie jaar in stand. Als u niet binnen die tijd investeert, dan wordt de herinvesteringsreserve weer bij de winst opgeteld en moet u hierover alsnog belasting betalen. Bewaak daarom deze termijn en herinvesteer op tijd. Voor een herinvesteringsreserve die in 2015 is gevormd, moet u uiterlijk op 31 december 2018 herinvesteren.

Voorkomen verliesverdamping inkomstenbelasting
Heeft u in het verleden verliezen geleden met uw onderneming? Dan kunt u deze verliezen misschien nog salderen met winst die u in 2018 maakt. Zorg ervoor dat u de verliezen op tijd verrekent, want hier zijn termijnen voor. Verrekening kan namelijk alleen met de winsten van de voorgaande drie jaren (voor bv’s één jaar) en volgende negen jaren. Na die negen jaar, vervallen de verliezen. Dat betekent dat verliezen van 2009 na 2018 niet meer kunnen worden verrekend. Als u nog verliezen uit 2009 heeft, zorgt u er dan voor dat deze uiterlijk dit jaar worden verrekend.

Heeft u nog niet-verrekende verliezen? Dan zijn er mogelijkheden om te voorkomen dat de verliezen vervallen. Misschien is het mogelijk om eerder winst te nemen, of kosten uit te stellen tot volgend jaar.

Voorkom verliesverdamping vennootschapsbelasting
Heeft uw bv in het verleden verlies geleden? Dan kan de bv dat verlies verrekenen met de winsten van het vorige jaar en de toekomstige negen jaar. Dat betekent dat verliezen van 2009 na 2018 niet meer kunnen worden verrekend. Als uw bv nog verliezen uit 2009 heeft, zorgt u er dan voor dat deze uiterlijk dit jaar worden verrekend.

Let op: in de plannen van Prinsjesdag 2018 is voorgesteld om de termijn te verkorten naar zes jaar.

Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op
De laatste jaren is er veel discussie over leningen tussen vennootschappen. Als de lening niet op zakelijke voorwaarden is verstrekt, dan is de lening onzakelijk. Van een onzakelijke lening kan sprake zijn als geen aflossingsschema is overeengekomen of onvoldoende zekerheden zijn verstrekt ten behoeve van de schuldeiser. Als sprake is van een onzakelijke lening, dan is een verlies op die lening niet aftrekbaar van de winst.

Om te voorkomen dat een lening als onzakelijk wordt aangemerkt, moet u allereerst een leningsovereenkomst opstellen. Zorg dat u goede afspraken maakt over de te betalen rente en aflossing en over zekerheden voor de schuldeiser. Dit geldt ook als de lening wordt verstrekt tussen de vennootschap en de aandeelhouder-natuurlijk persoon.

Let op de herzieningstermijn voor de omzetbelasting
Heeft u in het verleden onroerende zaken gekocht en de in rekening gebrachte btw (deels) in aftrek gebracht? Dan wordt deze btw tien jaar (het jaar van aanschaf en de volgende negen jaar) ‘gevolgd’. Let op: de btw kan worden ‘herzien’ als u in deze periode de onroerende zaak meer of minder gaat gebruiken voor btw-belaste prestaties.

Heeft u de onroerende zaak in 2018 gebruikt voor prestaties waarvoor geen recht op aftrek bestaat en heeft u bij aanschaf alle btw in aftrek gebracht? Dan moet u de herzienings-btw aangeven bij de laatste aangifte van het boekjaar. En heeft u omgekeerd de onroerende zaak in 2018 gebruikt voor prestaties waarvoor wél recht op aftrek bestaat maar heeft u de btw niet in aftrek gebracht? Dan heeft u recht op teruggaaf van de herzienings-btw. Het verzoek om teruggaaf moet ook in de laatste aangifte van het boekjaar worden gedaan.

Voor roerende zaken geldt hetzelfde, maar daar is de herzieningstermijn niet tien maar vijf jaar.

Vraag btw voor niet-betalende debiteuren terug
Weet u zeker dat cliënten uw facturen niet meer zullen betalen? Dan kunt u de btw die u op die facturen in rekening heeft gebracht en heeft afgedragen, aan de Belastingdienst terugvragen.

Sinds 2017 is de vordering in ieder geval oninbaar uiterlijk één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die u met uw klant bent overeengekomen. Bent u geen betalingstermijn overeengekomen? Dan geldt een betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

U kunt de btw die u niet ontvangt in uw normale aangifte omzetbelasting opvoeren.

Let op! Vraag de btw op tijd terug. Dat moet uiterlijk in de aangifte over het tijdvak waarin de hiervóór beschreven éénjaarstermijn verloopt. Bent u te laat? Dan heeft u geen recht meer op teruggave. Zorg er daarom voor dat u bij iedere aangifte een goede ouderdomsanalyse maakt van uw vorderingen.

Verwerk privégebruik in de laatste btw-aangifte
Maakt u privé gebruik van zaken van de onderneming? Dan moet u btw afdragen over het privégebruik. Dit privégebruik moet u aangeven in de laatste btw-aangifte van het jaar. Enkele veelvoorkomende posten waar u aan moet denken:

  • correctie voor privégebruik van een woning;
  • correctie voor gas, water en elektra;
  • correctie voor telefoonkosten;
  • correctie voor privégebruik van de auto.

De btw op aanschaf, onderhoud en gebruik van een zakelijke auto kunt u aftrekken, uiteraard voor zover de auto wordt gebruikt voor met btw-belaste activiteiten. Dus bij privégebruik moet er rekening worden gehouden met de btw daarover.
Voor het privégebruik van de auto kan worden uitgegaan (als uit uw administratie niet blijkt dat het werkelijke privégebruik lager is) van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw. Woon-werkverkeer wordt gezien als privégebruik.
Vanaf het vijfde jaar na het jaar waarin u de auto bent gaan gebruiken, mag u uitgaan van 1,5%. Datzelfde geldt voor auto’s die zijn aangeschaft zonder dat daarbij btw-aftrek heeft plaatsgevonden (marge-auto’s).


Controleer btw-schulden op de balans die zien op voorgaande jaren
De Belastingdienst controleert op nog openstaande btw-schulden uit eerdere jaren. Als er op de balans nog een te betalen btw-bedrag staat, dan kan dat voor de Belastingdienst aanleiding zijn om een naheffingsaanslag en eventueel een boete op te leggen.
Ondernemers met een btw-schuld van meer dan € 50.000 kunnen zelfs een boekenonderzoek krijgen.