Hervorming belastingstelsel

Volgens het Regeerakkoord wordt het belastingstelsel hervormd. Verschillen in fiscale behandeling worden verkleind, (meer) werken wordt lonender, vervuiling krijgt een hogere prijs, belastingontwijking wordt aangepakt en het fiscaal vestigingsklimaat wordt verbeterd voor die bedrijven die hier ook daadwerkelijk economische activiteiten en banen opleveren.

- De lasten voor burgers worden in 2021 per saldo met ruim 6 miljard euro verlaagd (inclusief circa 1 miljard euro via inkomensmaatregelen aan de uitgavenzijde), vooral door de invoering van een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%, een verhoging van de algemene heffingskorting en een per saldo verhoging van de arbeidskorting, naast een groot aantal kleinere aanpassingen. Hierdoor gaan alle inkomensgroepen, maar vooral werkenden, er de komende jaren op vooruit. Het inkomenspakket zorgt voor evenwicht tussen één- en tweeverdieners en maakt het – vooral voor werkenden met een middeninkomen – lonender om (meer) te werken.

- De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%, verdere vergroening van het belastingstelsel en door aftrekposten, waaronder de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek, vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3%-punt te verlagen naar het basistarief. De opbrengst van de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt volledig gebruikt om de eigenwoningbezitters te compenseren door verlaging van het eigenwoningforfait. De regeling ‘geen of beperkte eigen woningschuld’ wordt de komende 20 jaar stapsgewijs afgebouwd.
Niet opgenomen in het akkoord maar wel afgesproken door de voorzitters van de vier fracties is voorts verlenging van laatstgenoemde termijn van 20 jaar naar 30 jaar. Dit blijkt uit het eindverslag van informateur Zalm.

- In de vermogensrendementsheffing (box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden en het heffingsvrij vermogen wordt verhoogd van 25.225 euro naar 30.000 euro (60.000 euro voor paren). In deze kabinetsperiode zal een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement worden uitgewerkt.

Bron: Fiscanet