Prinsjesdag 2018, de plannen van de regering

Afgelopen dinsdag 18 september was het weer zover: Prinsjesdag. De dag waarop de regering de plannen voor het komende jaar bekend maakt. Traditiegetrouw was er vooraf alweer het nodige aan plannen uitgelekt, maar nu zijn de plannen officieel bekend. Belangrijk onderdeel van Prinsjesdag is altijd het Belastingplan dat dit jaar uit maar liefst 7 wetsvoorstellen bestaat. Het Belastingplan 2019 bevat opvallend veel maatregelen die nog niet in 2019 ingaan, maar in 2020 of 2021. Omdat het van belang kan zijn op die maatregelen voor te sorteren, hebben we die ook benoemd. 

Inkomstenbelasting
Terugbrengen tariefschijven

Op dit moment heeft de Inkomstenbelasting nog 4 tariefschijven. Het kabinet wil dit terugbrengen naar 2 schijven. De tarieven in de tweede en derde schijf worden stapsgewijs gelijk getrokken met de eerste schijf waardoor er vanaf 2021 nog 2 schijven over zullen zijn. Het basistarief voor een inkomen tot en met € 68.507 wordt in 2021 37,05%. Het nieuwe toptarief komt uit op 49,5%.
Het toptarief in de IB en LB wordt in 2019 51,75%. In de tweede en derde schijf geldt een tarief van 38,10%. Het tarief in de eerste schijf wordt 36,65%.

Afbouw tarief aftrekbare kosten
Vanaf 2020 wordt het tarief waartegen aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning in aanmerking wordt genomen versneld afgebouwd. De afbouw bedraagt vanaf 2020 3% per jaar (2,95% voor 2023). Per 2023 wordt het beoogde aftrektarief van 37,05% bereikt. Het gevolg is dat hogere inkomens een aanmerkelijk lagere belastingteruggaaf ontvangen. Ook voor andere aftrekposten gaat vanaf 2020 dezelfde tariefmaatregel gelden als voor aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning. Het betreft:

  • De Ondernemersaftrek;
  • De MKB-winstvrijstelling;
  • De Terbeschikkingstellingsvrijstelling;
  • De Persoonsgebonden aftrek.

De tariefmaatregel is alleen van toepassing op belastingplichtigen die zonder dergelijke aftrekposten een belastbaar inkomen zouden hebben in de hoogste schijf.

Verhoging aanmerkelijk belangtarief
Het aanmerkelijk belangtarief in box 2 wordt verhoogd naar 26,25% in 2020 en naar 26,9% per 2021 (het regeerakkoord ging nog uit van 28,5%).

Extra heffing over schuld aan BV?
In de stukken van Prinsjesdag worden ook maatregelen aangekondigd die niet hebben geleid tot aanpassingen in het pakket Belastingplan 2019 maar wel een relatie daarmee hebben. Het ontmoedigen van lenen van de BV is één van die maatregelen. Het kabinet gaat een zogenoemde rekening-courantmaatregel uitwerken. Uit onderzoek blijkt dat veel aanmerkelijkbelanghouders (ab-houders) grote bedragen lenen van hun eigen vennootschappen. Daarom kondigt het kabinet een specifieke maatregel aan die lenen boven een bedrag van € 500.000 van de eigen vennootschap ontmoedigt. Bij de uitwerking van deze maatregel gaat het kabinet uit van de volgende contouren:

  • Als de totale som van schulden van de ab-houder aan zijn eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen.
  • De maatregel treedt op 1 januari 2022 in werking.
  • Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap wordt een overgangsmaatregel getroffen.

Zoals gezegd is deze maatregel nog niet in een wetsvoorstel opgenomen. Het kabinet is voornemens het wetsvoorstel waarin deze maatregel is opgenomen in het voorjaar van 2019 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Loonbelasting:
30% regeling

In de loonbelasting wordt de maximale looptijd van de 30%-regeling voor uit het buitenland afkomstige werknemers per 1 januari 2019 met drie jaar verkort voor zowel de nieuwe als de bestaande gevallen. Voor werknemers waarvoor op de beschikking 30%-regeling een einddatum staat in de periode 1 januari 2019 tot en met 1 januari 2022 betekent dit dat de 30%-regeling door de verkorting vanaf 1 januari 2019 niet langer mag worden toepast. Er komt alleen overgangsrecht met betrekking tot de schoolgelden voor internationale scholen. Schoolgelden voor internationale scholen voor het kalenderjaar 2018/2019 kunnen ook na de verkorting onbelast vergoed of verstrekt worden.

Omzetbelasting:
Verhoging tarief

Het verlaagde btw-tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%. Er komt geen aanvullende wetgeving voor de overgangssituaties rondom de tariefwijziging. Deze is dus direct vanaf 1 januari 2019 van toepassing.

Aanpassing Kleine Ondernemersregeling
Met deze vrijstelling kunnen ondernemers, net als onder de huidige Kleine Ondernemersregeling zelf bepalen of zij gebruik willen maken van de regeling. De kern van de nieuwe regeling is dat een ondernemer, die onder de omzetgrens (voorgesteld wordt € 20,000) blijft en ervoor kiest om de nieuwe Kleine Ondernemersregeling toe te passen, geen btw in rekening brengt aan zijn afnemers. Daar staat tegenover dat hij de btw die andere ondernemers aan hem in rekening brengen, niet in aftrek kan brengen. Ondernemers die voor toepassing van de nieuwe regeling kiezen, zijn als onder de oude regeling ontheven van het doen van btw-aangifte en de daarbij horende administratieve verplichtingen voor de door hen verrichte goederenleveringen en diensten in Nederland.

Vennootschapsbelasting
Verlaging tarief

Voorstel is het tarief voor de Vennootschapsbelasting als volgt te verlagen:

 

2018

2019

2020

2021

Eerste schijf
(tot € 200.000)

20%

19%

17,5%

16%

Tweede schijf
(boven € 200.000)

25%

24,3%

23,9%

22,25%


Beperking verliesverrekening
De termijn voor de voorwaartse verliesverrekening wordt teruggebracht van negen naar zes jaar. Dit zal voor het eerst gelden voor verliezen geleden in 2019. Deze wijziging kan er toe leiden dat een jonger verlies (geleden in 2019 of 2020) eerder verdampt dan een ‘ouder’ verlies (geleden in 2017 of 2018). Hiervoor wordt overgangsrecht voorgesteld. Een verlies geleden in 2019 wordt verrekend vóór verliezen geleden in 2017 en 2018. Een verlies geleden in 2020 wordt verrekend vóór een verlies geleden in 2018.

Beperking afschrijving gebouwen
De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting wordt beperkt. Het voorstel bepaalt dat op alle gebouwen voor de winstbepaling voor de vennootschapsbelasting tot maximaal de WOZ-waarde mag worden afgeschreven (dat is nu 50% van de WOZ waarde).

Dividendbelasting
Door het afschaffen van de dividendbelasting wil het kabinet bestaande hoofdkantoren behouden en nieuwe hoofdkantoren aantrekken. Het is de bedoeling dat deze maatregel op 1 januari 2020 in werking treedt. In combinatie hiermee wordt een bronbelasting ingevoerd op dividenduitkeringen binnen concernverband aan lichamen gevestigd in laagbelastende jurisdicties (“belastingparadijzen”). Voor dga’s is het van belang te realiseren dat de dividendbelasting slechts een voorheffing is op de aanmerkelijk belang heffing. Dga’s hebben dus geen voordeel van de afschaffing van de dividendbelasting!

Bronnen: Miljoenennota, VakstudieNieuws, Tax Live, Fiscanet, Rendement.